maandag 22 september 2008

Photo's, texts, poems and songs



The last days I'm really busy with my photoblog: photo's, texts, poems and songs.
Tanks for your visit!




zondag 6 juli 2008

The best time of the day


Cool summer nights.
Windows open.
Lamps burning.
Fruit in the bowl.
And your head on my shoulder.
These the happiest moments in the day.

Next to the early morning hours,
of course. And the time
just before lunch.
And the afternoon, and
early evening hours.
But I do love

These summer nights.
Even more, I think,
than those other times.
The work finished for the day.
And no one who can reach us now.
Or ever.

Tekst: Raymond Carver, "The best time of the day"


zaterdag 21 juni 2008

This Living Hand


This living hand, now warm and capable
Of earnest grasping, would, if it were cold
And in the icy silence of the tomb,
So haunt thy days and chill thy dreaming nights
That thou wouldst wish thine own heart dry of blood
So in my veins red life might stream again,
And thou be conscience-calmed -see here it is-
I hold it towards you.

Tekst: John Keats, "This living hand"

zondag 15 juni 2008

The gold ring and the sea


Father lost his wedding ring in the ocean once. Like all the trawlermen, he'd take it from his finger to put on a neck chain, not to lose the finger as the net went out.
Several tides after that, our aunt, while cleaning some hake, found a gold ring in the belly of one of the fish.
Once she'd washed it off, she examined the letters and numbers engraved inside. Though it couldn't be true, the date and the initials were those of our parents' wedding.
By all appearances, Father himself had caught the hake that had swallowed the ring. In all of the wilde blue sea.

Peaceable summer nights brings the inland wind, and the memories.
I look at the sky, and it dawns that coincidences are the planets with the amplest orbits.
Only every so often have they come round.

The ring's is far too great a coincidence. It would have been lost and found in that same stone sink. But that doesn't matter. What's most important now is this: for years and years, the story of the ring was entirely believable to our small, children's inteligence.

Nights, the ocean has a shimmer of hake.
The stars go leaping around like the scales.
Tekst: Kirmen Uribe, "The gold ring"

woensdag 11 juni 2008

God


God has no religion

Mahatma Gandhi

vrijdag 6 juni 2008

Spookvlucht


Als het dan moet, wil ik het liefst
mijn tijd uitzweven in een cockpit

Mijn kist een wieg boven de wolken,
zacht licht onder mijn instrumenten,

steden, sterren binnnen handbereik.
Loom gerommel van motoren.

Slaap met uitzicht in een luchtschip.
Eeuwig vliegen dat ik droom

Gedicht: Ingmar Heytze, "Spookvlucht"

woensdag 28 mei 2008

Schijn bedriegt


Witte hemel als watten, kleine pluisjes zweven door de lucht, vervoerd door de zachte wind. De benauwde lucht geef je een beklemmend gevoel, alsof je geen adem meer kan halen. Het heeft iets van een tropisch land, maar de zon schijnt vandaag niet.

Het glas van ramen en deuren is bedekt met een dun laagje stof, een soort Saharastof. Dat zie je vaker in zuidelijke landen. Stofregen. In de tuin, de houten tafel lijkt bestempeld met grijze bloemen van stof.

Buiten is het stil, maar het voelt als het voorbode van storm, een heftige weersverandering. Onrust. De vogels zijn vertrokken, het is mij een raadsel waarheen. Of als ze de dreiging van de lucht aanvoelen. In een mum van tijd, een eenzame meeuw kruist gehaast het luchtruim en verdwijnt weer in de oneinigheid.

Het lijkt een bevroren plaatje, maar schijn bedriegt: de tijd glijdt door, de klok tikt de seconden weg. Je leven is een paar minuten verkort.

Tekst: Rosa

dinsdag 27 mei 2008

Zwervers


Het laatste huis staat in het dorp
zo eenzaam als het laatste huis op aarde.

De straat, het kleine dorp houdt ze niet vast,
loopt langzaam verder in de nacht.

Het kleine dorp is slechts een overgang
tussen twee verten, vol vermoeden, bang,
een weg langs huizen en geen veldpad meer.

En die het dorp verlaten, zwerven lang.
Wellicht dat velen sterven onderweg.

Gedicht: Rainer Maria Rilke, dichtbundel "Het Getijdenboek"

vrijdag 23 mei 2008

Toen begreep ik Monet beter


Er was een leraar handvaardigheid die vertelde dat Monet een tuin had aangelegd met het doel die vervolgens te schilderen. Ik vond dat een belediging voor de wereld. Was er in de wereld niet al genoeg om te schilderen?

Er was een moment waarop ik me realiseerde dat de wereld er anders uit had gezien als de mensen andere keuzes hadden gemaakt. Toen begreep ik Monet beter.

Tekst: Tjitske Jansen, uit dichtbundel "Koerikoeloem"

maandag 19 mei 2008

The world will forget us anyway


And in the lives of men, irreversible.
And it seems a relief. To win? To lose?
What for, if the world will forget us anyway.

Tekst: Czeslaw Milosz

woensdag 14 mei 2008

Intensiteit


"Naarmate je ouder wordt krijgt je werk meer intensiteit. Als je jong bent wil je je nog weleens laten verleiden tot overmoedig gedrag. Dat raak je goddank kwijt. Nee, puurder is het woord niet. Het wordt intenser, belangrijker voor jezelf. De intensiteit wordt ongelooflijk. Als je in het Frans Hals Museum in Haarlem die laatste schilderijen van Hals ziet... die zijn geweldig. Toen was -ie al over de tachtig. Hij schilderde in dat huis die oude vrouwen en mannen waar hij zelf tussen zat. De anderen zaten bibberend met hun kopje thee, hij wist nog feilloos het penseel te hanteren. Dat herken ik helemaal.

Bij zo'n doek speelt er van alles door je heen. Die schilderijen zijn een sneeuwstorm van kleur, die vol zit met gedachten en herinneringen. In die sneeuw-jacht zitten al die dingen die mijn leven bepalen. Mijn toch betrekkelijke isolement en het feit dat ik my beperk tot datgene wat ik belangrijk vind om te doen".

Tekst: Jan Wolkers

woensdag 7 mei 2008

This word love


I will not go when she calls
even if she says I love you,
especially that,
even though she swears
and promises nothing
but love love.

The light in this room
covers every
thing equally;
even my arm throws no shadow,
it too is consumed with light.

But this word love-
this word grows dark, grows
heavy and shakes itself, begins
to eat, to shudder and convulse
its way through this paper
until we too have dimmed in
its transparent throat and still
are riven, are glistening, hip and thigh, your
loosened hair which knows
no hesitation.

Gedicht: Raymond Carver, "This Word Love"

woensdag 23 april 2008

U hebt het gemaakt


"Iemand zei me laatst: 'u hebt het gemaakt, mijnheer Vinkenoog. U bent toch binnen?', toen ik om een honorarium voor een optreden vroeg. Daar kan ik heel boos om worden, om zo'n uitspraak vol onbegrip. Ik heb 'het' niet gemaakt. En wat mag 'het' dan wel niet zijn. De één zal wel succes bedoelen. Maar wat is succes? De ander zal aan geld denken. Nou, dat is dan een illusie. Voor mij bestaat er slechts één vorm van succes: mezelf zijn en mijzelf blijven in de dingen die ik doe en laat. Liefst bewust tot en met de laatste seconde. Onafhankelijkheid, vrijheid, is daarvoor een noodzaak. Putten uit eigen ervaringen evenzeer."

Tekst: Simon Vinkenoog, uit boek 'Schrijvers gaan niet dood'. Auteur: Margot Vanderstraeten.

maandag 21 april 2008

A poem not against songbirds


Lighten up, songbirds. Give me a break.
No need to carry on this way,
even if it is morning. I need more sleep.

Where were you keeping yourselves when I was thirty?
When the house stayed dark and quiet all day,
as if somebody had died?

And this same somebody, or somebody else,
cooked a huge, morose meal for the survivors.
A meal that lasted ten years.

Go on, sweethearts. Come back in an hour,
my friends. Then I'll be wide awake.
You'll see. This time I can promise.

Gedicht: Raymond Carver, 'A poem not against songbirds'

woensdag 16 april 2008

Waarom dan noem ik hem God?


Er was Pessoa die ik las toen ik twintig was. Hij schreef: 'Ik geloof niet in God omdat ik hem nooit heb gezien. Als hij zou willen dat ik in hem geloofde, zou hij ongetwijfeld met mij komen praten en mijn kamer binnenstappen en mij zeggen: 'Hier ben ik! En dat, als God de bloemen en de bomen was en de bergen en de zon en het maanlicht, hij dan in hem geloofde, op ieder uur, dat zijn leven één gebed, één mis, en een communie was met de ogen en door de oren. 'Maar als God de bomen en de bloemen is en de bergen en het maanlicht en de zon, waarom dan noem ik hem God?'

Er was een dag waarop ik besloot om God niet langer God te noemen. Er waren zoveel mensen die hem noemden en iedereen bedoelde weer wat anders. Er was Pessoa dankzij wie ik denken kon dat God dat niet zo erg zou vinden.

Tekst: Tjitske Jansen, dichtbundel 'Koerikoeloem'

woensdag 9 april 2008

De ernstige man


De vierde planeet was die van de zakenman. Die man was zo druk dat hij niet eens even opkeek bij de komst van de kleine prins (...)

-Drie en twee is vijf. Vijf en zeven twaalf. Twaalf en drie vijftien. Goeiedag. Vijftien en zeven...
Dat betekent Dus vijfhonderdeneenmiljoen zeshonderd-tweeëntwintig duizend zevenhonderdeenendertig.
- Vijfhonderdmiljoen wat? (...)
- Hè, ben je daar nog steeds? dat weet ik niet meer...Ik heb ook zoveel te doen! Ik ben een ernstig man, ik hou me niet bezig met leuterpraat!
- Miljoen van die dingetjes die je soms aan de hemel ziet(...)
-Aha! Sterren?
-Zo heten ze. Sterren.
- En wat doe je met vijfhonderd miljoen sterren?
- Niets. Ik bezit ze.

- Maar ik heb al een koning ontmoet die...
- Koningen bezitten niet. Die "regeren" erover. Dat is iets heel anders.
- En wat voor nut heeft het voor je, de sterren te bezitten?
-Het nut is dat het mij rijk maakt.
- En wat voor nut heeft het voor je, rijk te zijn?
- Dan kan ik nog meer sterren kopen als iemand ze ontdekt(...)

- Hoe kun je de sterren bezitten?
-Van wie zijn ze? antwoorde de zakenman geërgerd.-
- Dat weet ik niet. Van niemand.
- Dan zijn ze dus van mij, omdat ik het eerst aan gedacht heb.
- Als je een diamant vindt die van niemand is, dan is die van jou. Als je een eiland ontdekt dat van niemand is, dan is het van jou. Als je als eerste een idee krijgt, neem je patent op: het is jouwe. En ik bezit de sterren, omdat vóór mij niemand eraan gedacht heeft ze in bezit te nemen.

-En wat doe je ermee?
- Ik beheer ze. Ik tel ze en tel ze nog eens na, zei de zakenman. Dat is moeilijk. Maar ik ben een ernstig man!

De kleine prins was nog niet tevreden gesteld.
Als ik een sjaal bezit, kan ik die om mijn hals slaan en meenemen. Als ik een bloem bezit, kan ik die plukken en meenemen. Maar jij kunt de sterren niet plukken!
- Nee, maar ik kan ze op de bank zetten
- Dat wil zeggen dat ik het aantal van mijn sterren op een papiertje schrijf. En dan leg ik dat papiertje achter slot en grendel in een la (...)

De kleine prins had over ernstige zaken heel andere ideeën dan de grote mensen.
- Ik, zei hij nog, ik bezit een bloem die ik elke dag water geef. Ik bezit drie vulkanen waarvan ik elke week de schoorstenen veeg. Want ik veeg ook de al uitgedoofde. Je kunt nooit weten. Het is nuttig voor mijn vulkanen en het is nuttig voor mijn bloem dat ik ze bezit. Maar jij bent niet van nut voor de sterren.
De zakenman deed zijn mond open, maar wist niets te antwoorden en de kleine prins vertrok.

Tekst: De Kleine Prins, Anton de Saint-Exupéry

Foto: Jacco van Giessen, http://www.flickr.com/photos/45609060@N00/





vrijdag 4 april 2008

No Taxis Available


It is absurd not knowing
where to go.

You wear the streets like an overcoat.
Certain houses are friends, certain houses
Can no longer be visited.
Old love-affairs lurk in doorways, behind windows
Women grow older. Neglection blossoms.

You have turned down numerous invitations,
Left the telephones unanswered, said "No"
To the few that needed you.
Stranded on an island of your own invention
You have thrown out messages, longings.

How useless it is knowing that where you want to go
Is nowhere concrete.
The trains wil not take you there,
The red busses glide past without stopping.

No taxis available.

Gedicht: Brian Patten, 'No taxis available'

maandag 31 maart 2008

De geur van lente


Maart neemt afscheid en, voor het eerst sinds lange tijd: de zon schijnt. Ik was al lang vergeten hoe aangenaam de zonnestralen op je huid aanvoelen. Met mijn ogen dicht zie ik een felle oranjetint, die steeds vervaagt. Ik hoor de meeuwen lachen, vrolijke kinderstemmen, het geluid van een vliegtuig in de verte.

Op de rand van de schutting landt een spreeuw, die mij met zijn kleine speldenoogjes nieuwsgierig aanstaart. Daarna vliegt hij weer snel weg. Een donkere wolk in de vorm van een beertje bedekt even de zon. Om het grijze heen, een felle witte kleur omringd door blauw. De kou is even terug. De zon vecht om ertussen te komen, prikt een gaatje in de wolk, knippert even en wint de strijd.

Ik droom van een tropisch strand, de geur van de zoute zee, hoor zachtjes het geluid van de golven. Het ruikt naar bloesem, naar het zuiden, naar vroeger. De jaren glijden langzamerhand van mijn schouders af. Het verleden vervaagt, de tijd staat stil.

vrijdag 28 maart 2008

Sweet Things


Ik heb van ons gedroomd. We moesten
dringend ergens zijn, maar jij was zoek.
Ik rende door een stad die traag, maar
onstuitbaar in een taart veranderde.

Ik zakte weg in straten van fondant.
Ongeklopte slagroom in de gracht.
Borstplaatbruggen hingen boven
rondvaartboten van amandelspijs.

Daar stond je, kaarsrecht, op de top.
Poedersuiker sneeuwde om je heen.
Je droeg een jurk van melkwit marsepein.

Mijn kleren smolten om tot chocola.
Er kwam een lange vinger met twee ringen
en een vraag. Wij zeiden: "Ja".

Gedicht: Ingmar Heytze, "Sweet Things'. Dichtbundel: "Elders in de wereld"

dinsdag 25 maart 2008

De wraak van Assepoester


Er was Assepoester die het vreemd vond dat de prins haar glazen muiltje
nodig had om haar te herkennen. Al die tijd dat haar zussen bezig waren
hun voeten in dat schoentje te persen, stond ze naast hem. Hij had toch
uren met haar gedanst? Hij wist toch hoe ze rook? En bewoog?


Er was Assepoester die hoopte dat de prins haar meteen had herkend
maar niets had gezegd. Hij gaf de zussen ruimschoots de tijd te doen wat
ze konden om toch in dat schoentje te passen. Eerst moest die hamer
gehaald en die zaag, die teen eraf en die hiel. Wraak op die wezens die
zich hadden vergist door niet heel veel van haar te hebben gehouden.

Gedicht: Tjitske Jansen, uit dichtbundel "Koerikoeloem"